Wat geldt: kerkrecht of arbeidsrecht?

vrijdag 28 juli 2023

Auteur: mr. drs. Harry Groenenboom

Werkneemster is in dienst van een kerkgenootschap. Is kerkrecht van toepassing of toch het gewone arbeidsrecht? In kort geding sprak de kantonrechter te Utrecht zich over die vraag uit.

De feiten

Werkneemster is sinds 2011 in dienst van een kerk. In juni 2022 vindt het jaarlijkse tienerkamp plaats. Tijdens de laatste dag van het kamp gaat de groep tieners onder leiding van onder anderen werkneemster naar een attractiepark. Op het einde van de dag verschijnen zes tieners niet op de afgesproken tijd bij de bus. De bus vertrekt zonder de tieners.

De kerk zet de werkneemster vervolgens eerst op non-actief. Daarna wordt het vertrouwen in haar opgezegd.

Daarna gebeurt het dat de werkneemster een ernstige ziekte oploopt en zich in augustus 2022 ziek meldt.

Vanaf februari 2023 ontvangt werkneemster onvoldoende loon. De werkneemster start een kort geding. De kerk doet volgens haar te weinig aan haar re-integratieverplichtingen. Verder stelt werkneemster dat zij gedwongen wordt om hoge advocaatkosten te maken. Het kerkgenootschap verweert zich en stelt dat kerkrecht van toepassing is en niet het gewone arbeidsrecht. Werkneemster stelt daar tegenover dat zij weliswaar in dienst is van de kerk, maar wel een gewone kantoorfunctie heeft. Haar functie is niet geestelijk van aard, zij is geen predikant of iets dergelijks. Verder werkt zij op basis van een gewone arbeidsovereenkomst.

Oordeel kantonrechter

Kerkrecht van toepassing?

De kantonrechter oordeelt dat artikel 2 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat kerkgenootschappen geregeerd worden door hun eigen statuut voor zover dit niet in strijd is met de wet. Dit betekent dat een kerkgenootschap de rechtsverhouding tot een eigen ambtsdrager naar eigen inzicht en in afwijking van het dwingend recht kan vormgeven. Van belang is verder dat de werkneemster geen geestelijke functie bekleedt en niet voorgaat in de kerk. Ook is van belang dat werkneemster werkzaam is op basis van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst. Verder blijkt niet dat partijen expliciet kozen voor wereldlijk of kerkelijk recht. De conclusie is daarom dat het gewone arbeidsrecht van toepassing is.

Werkelijke advocaatkosten

Deze procedure pakt ook verder uit in het nadeel van het kerkgenootschap. De vorderingen van de werkneemster worden grotendeels toegewezen. Ook de vordering om vergoeding van de werkelijke kosten van de advocaat. Het kerkgenootschap gedroeg zich niet als goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW. Men meldde de bedrijfsarts dat de werkneemster loog dat zij ziek zou zijn, zegde een afspraak met de bedrijfsarts af, meldde werkneemster ten onrechte beter, weigerde te voldoen aan re-integratieverplichtingen, stuurde een brief aan werkneemster waarin werd gezegd dat de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht was geëindigd en betaalde plotseling het loon niet tijdig of slechts gedeeltelijk uit. Ook reageerde het kerkgenootschap niet of onvoldoende op werkneemster. De werkneemster vorderde een vergoeding van € 17.500,00 aan advocaatkosten. De kort gedingrechter wijst daarvan € 10.000,00 toe. Dat is niets te veel. In de bodemprocedure werd op 30 mei uiteindelijk € 22.500,00 aan advocaatkosten toegewezen.

Slot

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op door te bellen naar 0180 - 47 26 75. Of stuur een e-mail naar info@groenenboomadvocaat.nl. Wij helpen u graag.

De uitspraak vindt u hier

Deel dit bericht via